ECLI:NL:RVS:2019:3050
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.P.M. van Ravels
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Intrekking vergunning exploitatie discotheek wegens ernstig gevaar op grond van Wet bibob
De burgemeester van Tilburg heeft op 7 juni 2017 de vergunningen voor de exploitatie van een discotheek ingetrokken op grond van artikel 3 van Pro de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet bibob), vanwege het ernstige gevaar dat de vergunningen zouden worden gebruikt voor strafbare feiten. Dit was gebaseerd op een zakelijk samenwerkingsverband tussen appellant en een persoon met strafrechtelijke antecedenten.
Appellant maakte aannemelijk dat het dienstverband vóór het bezwaarbesluit van 8 december 2017 was verbroken, waarop de voorzieningenrechter het eerdere besluit vernietigde. Bij een nieuw besluit van 3 december 2018 handhaafde de burgemeester de intrekking op basis van nieuwe informatie dat de persoon ook na verbreking van het dienstverband betrokken bleef bij de exploitatie.
Appellant voerde aan dat artikel 3, vierde lid, onder c, Wet bibob niet voldoet aan het lex certabeginsel en de Dienstenrichtlijn, omdat het begrip verbroken zakelijk samenwerkingsverband onduidelijk is. De Afdeling oordeelde dat de bepaling voldoende duidelijk en objectief is en dat het ernstige gevaar per geval moet worden beoordeeld.
De Afdeling stelde vast dat de burgemeester voldoende had onderbouwd dat het zakelijk samenwerkingsverband ondanks verbreking nog steeds een ernstig gevaar oplevert, mede omdat de persoon zich als eigenaar of bedrijfsleider gedroeg zonder vergunning. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de vergunningen wordt ongegrond verklaard.