Uitspraak
Datum uitspraak: 18 september 2019
AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter griffier
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout stelde op 2 juli 2018 besluiten vast over hogere waarden voor geluidbelasting vanwege industrielawaai en verkeerslawaai ten behoeve van het bestemmingsplan Zwaaikom 2017. De raad stelde het bestemmingsplan op 3 juli 2018 vast. [Appellant] en anderen, wonend nabij het plangebied, stelden beroep in tegen deze besluiten en het bestemmingsplan. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de zaken gezamenlijk behandeld en beoordeeld.
De Afdeling oordeelt dat [appellant] en anderen geen belanghebbenden zijn bij de Twickel locatie en het besluit hogere waarden verkeerslawaai, waardoor deze beroepen niet-ontvankelijk zijn. Ten aanzien van het besluit hogere waarden industrielawaai en het bestemmingsplan stelt de Afdeling vast dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan niet leidt tot een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden. Diverse beroepsgronden, waaronder die over luchtkwaliteit, natuur, verkeer, geluid, milieuzonering, bodemverontreiniging en flexibiliteit, worden inhoudelijk verworpen.
De Afdeling bevestigt dat het besluit hogere waarden industrielawaai noodzakelijk is voor de bouw van woningen en dat de belangen van [appellant] en anderen niet rechtstreeks worden beschermd door de regeling voor hogere waarden. Ook de toetsing aan de Verordening ruimte en het Natuur Netwerk Brabant leidt niet tot vernietiging van het plan. De klachten over verkeersveiligheid en windhinder betreffen uitvoeringsaspecten die niet in deze procedure aan de orde kunnen komen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het plan en besluiten worden in stand gelaten.
Uitkomst: Beroepen tegen het bestemmingsplan en hogere waarden geluidbelasting worden ongegrond verklaard, behalve de beroepen tegen de Twickel locatie en hogere waarden verkeerslawaai die niet-ontvankelijk zijn.