ECLI:NL:RVS:2019:3439
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake vreemdelingenbewaring en afwijzing schadevergoeding
Bij besluit van 24 januari 2019 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag heeft op 6 maart 2019 het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard, de bewaring opgeheven en schadevergoeding toegekend.
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de maatregel van bewaring rechtsgeldig was ondertekend conform artikel 5.3 van het Vreemdelingenbesluit 2000, en vernietigde de uitspraak van de rechtbank.
De Afdeling beoordeelde vervolgens de overige beroepsgronden en verwierp het verweer dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend had gehandeld bij de voorbereiding van uitzetting, aangezien bij inbewaringstelling op grond van artikel 59b, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 geen zicht op uitzetting vereist is.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het beroep van de vreemdeling bij de rechtbank werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard met afwijzing van schadevergoeding.