ECLI:NL:RVS:2019:3538
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering overdracht asielzoeker aan Griekenland wegens onvoldoende garanties rechtsbijstand
De zaak betreft een Syrische vreemdeling die in Nederland asiel heeft aangevraagd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid weigerde de aanvraag in behandeling te nemen omdat Griekenland verantwoordelijk zou zijn volgens de Dublinverordening. De vreemdeling betoogde dat overdracht aan Griekenland niet mogelijk is vanwege ernstige tekortkomingen in opvang en asielprocedure daar.
De rechtbank stelde de staatssecretaris in het ongelijk en oordeelde dat onvoldoende onderzoek en motivatie was geleverd over het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 EU Pro Handvest bij overdracht. De staatssecretaris ging in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State toetste of de rechtbank terecht oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende individuele garanties kon overleggen.
De Afdeling overwoog dat ondanks verbeteringen in de Griekse asielprocedure en opvang, er nog steeds substantiële tekortkomingen zijn, met name op het gebied van toegang tot rechtsbijstand tijdens de beroepsprocedure. Dit is cruciaal voor een effectief rechtsmiddel en daarmee voor de bescherming tegen onmenselijke behandeling. De staatssecretaris kon niet aantonen dat de vreemdeling voldoende rechtsbijstand zou krijgen. Daarom is het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing en rust de bewijslast op de staatssecretaris.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten. De staatssecretaris mag de vreemdeling niet overdragen aan Griekenland voordat hij individuele garanties heeft verkregen over rechtsbijstand of zelf nader onderzoek heeft verricht.
Uitkomst: De staatssecretaris mag de vreemdeling niet overdragen aan Griekenland vanwege onvoldoende garanties over rechtsbijstand en asielprocedure.