ECLI:NL:RBDHA:2024:20289
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinprocedure naar Polen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelt dat het besluit een zorgvuldigheidsgebrek bevat doordat deel B van de Dublinbrochure pas tijdens het aanmeldgehoor werd verstrekt en niet gelezen kon worden, maar dit leidt niet tot schending van belangen omdat eiser voldoende gelegenheid had om bezwaren te uiten. Verder is het beroep gegrond wegens een onvoldoende gemotiveerde beoordeling van de stellingen over het niet in behandeling nemen van een opvolgende aanvraag in Polen.
De rechtbank bevestigt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt ten aanzien van Polen, ondanks de door eiser aangevoerde risico's op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro. De minister heeft voldoende gemotiveerd waarom Polen wordt vertrouwd en waarom artikel 17 Dublinverordening Pro niet van toepassing is. Het bestreden besluit wordt vernietigd vanwege het motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.