ECLI:NL:RVS:2019:3711
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging huisverbod tegen appellant wegens ernstig gevaar voor ex-vriendin en baby
De burgemeester van Den Haag legde appellant op 19 maart 2019 een tijdelijk huisverbod op na een incident waarbij appellant en zijn ex-vriendin fysiek geweld gebruikten in aanwezigheid van hun drie weken oude baby. Het huisverbod werd verlengd en later ingetrokken. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het huisverbod ongegrond en niet-ontvankelijk tegen het intrekkingsbesluit.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het huisverbod onterecht aan hem was opgelegd, dat hij niet de agressor was en dat onvoldoende duidelijkheid bestond over het incident. De Raad van State oordeelde dat het huisverbod terecht was opgelegd aan appellant, omdat er sprake was van ernstig en onmiddellijk gevaar, en dat de burgemeester zorgvuldig had gehandeld. De betwisting van appellant over de toedracht en het feit dat hij niet werd vervolgd, maakten het huisverbod niet onrechtmatig.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het huisverbod wordt bevestigd.