ECLI:NL:RVS:2019:3822
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- B.J. Schueler
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing procescertificaat asbestverwijdering wegens niet naleven risicoklasse voorschriften
Appellante, een asbestsaneringsbedrijf, kreeg haar procescertificaat asbestverwijdering voorwaardelijk geschorst door TÜV vanwege geconstateerde afwijkingen bij projecten in Maastricht en Sittard. De kern van het geschil betrof de vraag of zij verplicht was te werken volgens risicoklasse 2 of 2A, zoals bepaald in de asbestinventarisatierapporten, of dat zij mocht afwijken door het toepassen van protocollen van de Nederlandse Asbest Associatie (dNAA).
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de risicoklasse uit het asbestinventarisatierapport leidend is en dat appellante de werkzaamheden volgens die risicoklasse moest uitvoeren. De Raad van State bevestigt dit oordeel en wijst erop dat de wet en regelgeving voorschrijven dat de risicoklasse door een gecertificeerd inventarisatiebedrijf moet worden vastgesteld en dat het asbestverwijderingsbedrijf deze moet volgen.
Daarnaast stelde appellante dat slechts één afwijking relevant was, maar de Raad van State oordeelt dat TÜV terecht beide geconstateerde afwijkingen heeft betrokken bij de schorsing. Ook het betoog dat de eindbeoordeling correct was uitgevoerd, wordt verworpen omdat de ruimte al was vrijgegeven voordat de risicobeoordeling plaatsvond. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de schorsing van het procescertificaat asbestverwijdering wegens het niet naleven van de risicoklassevoorschriften.