ECLI:NL:RVS:2019:386
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asielaanvraag
Bij besluit van 30 oktober 2018 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 28 november 2018 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat de rechtsvraag omtrent het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië reeds was beantwoord in een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2018:4131). De Afdeling stelde vast dat het hoger beroep kennelijk gegrond was en vernietigde de uitspraak van de rechtbank.
De Afdeling verklaarde het beroep van de vreemdeling bij de rechtbank alsnog ongegrond en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling ter hoogte van € 1.024,00. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van A.B.M. Hent op 8 februari 2019.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.