ECLI:NL:RVS:2019:4172
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A. Kuijer
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens onjuiste inrichting rolsteiger bij arbeidsongeval
Op 31 juli 2015 vond een arbeidsongeval plaats waarbij een werknemer viel nadat een rolsteiger werd verplaatst terwijl hij erop stond. De rolsteiger was niet voorzien van leuningen, had ongeremde en ongelijk uitgedraaide wielen en ontbraken stabilisatoren. De werkgever, [appellante], kreeg een boete van €21.600 opgelegd wegens overtreding van artikel 7:4, derde lid, van het Arbobesluit.
De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. [Appellante] voerde onder meer aan dat de rolsteiger juist was ingericht en dat het ongeval mede veroorzaakt werd door onjuiste handelingen van werknemers, maar liet het betoog over het causaal verband vallen. De Afdeling oordeelt dat de overtreding vaststaat op basis van het boeterapport en foto’s gemaakt kort na het ongeval.
Verder is geoordeeld dat de werkgever verwijtbaar heeft gehandeld omdat zij onvoldoende toezicht hield en instructies niet effectief waren, ondanks aanwezigheid van een checklist en pictogrammen. Matiging van de boete is niet gerechtvaardigd gezien het ernstige en blijvende letsel van het slachtoffer en de ziekenhuisopname. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete blijft in stand.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €21.600 wordt bevestigd wegens overtreding van het Arbobesluit en onvoldoende toezicht.