ECLI:NL:RVS:2019:4277
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- N. Verheij
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen planschade door nieuw bestemmingsplan in Bergen
Appellant is eigenaar van een perceel in Bergen en vordert een tegemoetkoming in planschade vanwege beperkingen door het nieuwe bestemmingsplan "Bergen, Dorpskern Zuid" dat in 2009 in werking trad. Het college wees het verzoek af, waarna appellant bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit op bezwaar, met de opdracht aan het college een nieuw besluit te nemen.
Zowel appellant als het college stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak benoemde de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (StAB) als deskundige, die een onderzoek en taxatie liet uitvoeren. De taxatie concludeerde dat er geen sprake was van waardevermindering door het nieuwe bestemmingsplan, mede door het wegvallen van bouwmogelijkheden op omliggende percelen.
De Afdeling oordeelde dat het advies van Ten Have, waarop het college zich eerder baseerde, onvoldoende inzicht gaf in de planologische voor- en nadelen en het omslagpunt van bouwvolume. De taxatie van de StAB werd als zorgvuldig en deskundig beoordeeld, waarbij de bezwaren van appellant tegen de taxatie niet overtuigend waren. De Afdeling vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank dat het college opdroeg een nieuw besluit te nemen en bepaalde dat het oorspronkelijke besluit op bezwaar in stand blijft.
Daarnaast werd het hoger beroep van appellant gegrond verklaard voor de proceskostenvergoeding, waarbij het college werd veroordeeld tot betaling van de door appellant gemaakte kosten voor rechtsbijstand en deskundigen in hoger beroep. De overige onderdelen van de uitspraak van de rechtbank werden bevestigd.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt dat er geen sprake is van planschade en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten.