ECLI:NL:RVS:2019:4285
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- N. Verheij
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen planschade door planologische wijziging in Bergen
Appellant sub 1 verzocht het college van Bergen om een tegemoetkoming in planschade veroorzaakt door het bestemmingsplan 'Bergen, Dorpskern Zuid' uit 2009. Het college wees dit verzoek af op basis van een advies van Ten Have Advies, dat stelde dat het planologische voordeel op omliggende percelen het nadeel op het eigen perceel compenseert.
De rechtbank vernietigde het besluit op bezwaar en beval een nieuw besluit, maar de Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het college terecht niet op het advies van Ten Have mocht vertrouwen vanwege onvolledige planvergelijking en onvoldoende onderbouwing. De Afdeling benoemde de StAB als deskundige, die concludeerde dat er geen sprake is van waardevermindering.
De Afdeling oordeelde dat de taxatie van De Boer namens de StAB zorgvuldig en onderbouwd was, en dat de planologische vergelijking correct was uitgevoerd. Het hoger beroep van het college werd ongegrond verklaard, dat van appellant sub 1 gegrond. De Afdeling vernietigde het deel van de uitspraak dat het college een nieuw besluit moest nemen en stelde de proceskostenveroordeling vast op een hoger bedrag dan de rechtbank had gedaan.
Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten, terwijl de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit op bezwaar in stand bleven.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt dat er geen waardevermindering is door het nieuwe bestemmingsplan en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten.