ECLI:NL:RVS:2019:432
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- J.Th. Drop
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking omgevingsvergunning vanwege Bibob-advies over pandeigenaar
Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven trok bij besluit van 18 november 2016 een eerder verleende omgevingsvergunning in, omdat het Bureau Bibob een negatief integriteitsadvies had uitgebracht over de eigenaar van het pand. De vergunning was aanvankelijk aan de huurder, [appellante], verleend nadat het college niet tijdig had beslist.
De rechtbank oordeelde dat het college de eigenaar, die feitelijk de verbouwing had georganiseerd en gefinancierd, gelijk mocht stellen met de aanvrager en de vergunning mocht intrekken. [Appellante] stelde dat de eigenaar geen feitelijke zeggenschap had over de exploitatie en dat er geen bezwaren tegen haar waren, maar dit werd verworpen omdat de financiering en feitelijke zeggenschap over de verbouwing centraal stonden.
Verder voerde [appellante] aan dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden omdat andere winkels van dezelfde eigenaar wel vergunningen hadden gekregen. De Raad van State oordeelde dat die situaties niet vergelijkbaar waren, mede omdat de andere vergunningen niet op grond van de Wet Bibob waren getoetst.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de omgevingsvergunning op grond van het negatieve Bibob-advies over de eigenaar.