ECLI:NL:RVS:2024:4077
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- J.M.L. Niederer
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Intrekking omgevingsvergunning wegens weigering Bibob-formulieren en vermoedelijke verhullingsconstructie
Het college van burgemeester en wethouders van Breda heeft op 8 juli 2020 de omgevingsvergunning aan de Stichting ingetrokken nadat een toezichthouder constateerde dat in strijd met het bestemmingsplan een zelfstandige woning was gerealiseerd. Het college voerde een openbronnenonderzoek uit op grond van de Wet Bibob en stelde vast dat een derde partij volledige bestuurlijke zeggenschap had over de Stichting, met aanwijzingen voor een verhullingsconstructie.
De Stichting weigerde de door het college gevraagde Bibob-formulieren in te vullen, waarop het college de intrekking baseerde. De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep van de Stichting gegrond en vernietigde het intrekkingsbesluit, omdat de intrekking onevenredig zou zijn en er geen materiële beoordeling van het gevaar had plaatsgevonden.
De Raad van State oordeelt echter dat het college terecht bevoegd was tot intrekking, omdat zich na vergunningverlening feiten en omstandigheden voordeden die een Bibob-toets rechtvaardigden. De weigering om de formulieren in te vullen levert een ernstig gevaar op. De Afdeling stelt dat het college een belangenafweging heeft gemaakt en dat de intrekking evenredig is gezien het voorkomen van witwassen en strafbare feiten.
De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover het beroep gegrond werd verklaard, verklaart het hoger beroep van het college gegrond en het incidenteel hoger beroep van de Stichting ongegrond. De intrekking van de omgevingsvergunning wordt met terugwerkende kracht bevestigd en is onherroepelijk.
Uitkomst: De intrekking van de omgevingsvergunning aan de Stichting wordt met terugwerkende kracht bevestigd en is onherroepelijk.