ECLI:NL:RVS:2019:4326
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A. Hagen
- G.T.J.M. Jurgens
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen gedoogplicht voor aanleg en instandhouding Windpark Zeewolde
De minister legde op 26 september 2018 aan Spiegelhout, Stichting de Alliantie en een pachter de plicht op om de aanleg en instandhouding van acht windturbines op hun percelen te gedogen. De appellanten stelden onder meer dat het besluit onrechtmatig was wegens onbevoegdheid, vooringenomenheid, onvoldoende minnelijk overleg, en dat hun belangen onteigening vorderen. Ook werd aangevoerd dat artikel 9g van de Elektriciteitswet 1998 niet toegepast mocht worden vanwege strijd met het EVRM.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het besluit bevoegd was genomen door een gemandateerde afdelingshoofd, dat er geen vooringenomenheid bestond, en dat de appellanten voldoende gelegenheid hadden gehad om het proces-verbaal van de hoorzitting te betwisten. Artikel 9g van de Elektriciteitswet 1998 werd niet buiten toepassing gelaten omdat het criterium voor een openbaar werk van algemeen nut passend is en de appellanten de mogelijkheid hebben om overige vereisten te betwisten.
De Afdeling stelde dat het minnelijk overleg serieus en redelijk was gevoerd, met passende aanbiedingen en zonder onredelijke voorwaarden. De belangen van de rechthebbenden vorderen geen onteigening omdat het actuele gebruik van de gronden agrarisch is, woningbouwontwikkeling niet is toegestaan, en de beperkingen door de windturbines niet zodanig zijn dat onteigening gerechtvaardigd is. Ook de onvoorziene omstandighedenregeling en het wijzigingsbesluit werden aanvaard. De beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot opleggen van de gedoogplicht voor Windpark Zeewolde wordt ongegrond verklaard.