ECLI:NL:RVS:2019:4443
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J.A. Hagen
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onbevoegdheid rechtbank inzake schadevergoeding wegens verstrekking inkomensverklaringen door Belastingdienst
Appellant huurt een sociale huurwoning en vordert schadevergoeding wegens onrechtmatige verstrekking van inkomensverklaringen door de Belastingdienst, die leidde tot onterechte huurverhogingen. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd omdat het ging om feitelijk handelen zonder onrechtmatig besluit in de zin van de Awb.
In hoger beroep betoogt appellant dat de verstrekking onderdeel is van onrechtmatige besluiten van de minister en dat de rechtbank wel bevoegd is. De Afdeling stelt vast dat titel 8.4 van de Awb niet van toepassing is op de schadeoorzaak, omdat de verstrekking plaatsvond in het kader van aan de Belastingdienst opgedragen taken en het oude recht van toepassing is.
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank terecht onbevoegd was, ook onder het oude recht, omdat geen appellabel besluit is genomen. Ook het verzoek om vergoeding wegens niet tijdig beslissen is niet ontvankelijk, omdat het niet tijdig beslissen geen appellabel besluit oplevert. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt dat de rechtbank onbevoegd was om kennis te nemen van het verzoek om schadevergoeding wegens verstrekking van inkomensverklaringen door de Belastingdienst.