ECLI:NL:RVS:2019:4453
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J.J. van Eck
- R.W.L. Koopmans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit rijksarchivaris inzake toegang tot Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging
Na de Tweede Wereldoorlog werden ruim 300.000 Nederlanders onderworpen aan de bijzondere rechtspleging. De Stichting Onderzoek Oorlogsmisdaden verzocht inzage in het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) om namen van kampbewakers te verifiëren en vervolging te bevorderen. De rijksarchivaris weigerde dit verzoek op grond van privacybescherming en het ontbreken van opsporingsbevoegdheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van de stichting gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat de rijksarchivaris onvoldoende gemotiveerd had en geen belangenafweging had gemaakt. De rijksarchivaris ging in hoger beroep en voerde aan dat hij geen vergewisplicht had omtrent privacyclaims van betrokkenen en dat de beperkingen op openbaarheid strikt moesten worden nageleefd.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte een vergewisplicht aan de rijksarchivaris toekende, maar bevestigde dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en dat de rijksarchivaris het verzoek om raadpleging door moest zenden aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor een belangenafweging. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het bestreden vonnis vernietigd en de rijksarchivaris opgedragen binnen achttien weken een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: Het besluit van de rijksarchivaris wordt vernietigd en hij wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met doorzending aan de minister voor belangenafweging.