ECLI:NL:RVS:2019:593
Raad van State
- Hoger beroep
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep en afwijzing schadevergoeding bij handhaving permanente bewoning recreatiepark
Het college van burgemeester en wethouders van Zaltbommel wees aanvankelijk een verzoek tot handhaving tegen permanente bewoning van recreatieverblijven op recreatiepark Het Esmeer af, maar herzag dit besluit deels na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk wegens onvoldoende procesbelang. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij door het besluit op bezwaar daadwerkelijk schade had geleden, mede omdat het aanvullende handhavingsbesluit slechts twee maanden na het bezwaarbesluit was genomen. Het verzoek om handhaving richtte zich op beëindiging van permanente bewoning van vijftien recreatieverblijven, en appellant had niet aangetoond dat zijn chalet verkocht zou zijn indien het park eerder was aangesproken.
Verder oordeelde de Afdeling dat het primaire besluit van 13 januari 2017 onrechtmatig was en appellant in beginsel aanspraak kan maken op schadevergoeding. Echter, appellant maakte onvoldoende aannemelijk dat het niet tijdig handhaven heeft geleid tot de door hem gestelde schade, bestaande uit gederfde rente-inkomsten en vaste lasten. De ingebrachte makelaarsmail was onvoldoende bewijs voor een causaal verband.
Het verzoek om schadevergoeding werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.