ECLI:NL:RVS:2019:710
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek kinderopvangtoeslag 2013 wegens onvoldoende betaling
Appellant maakte in 2013 gebruik van gastouderopvang en ontving voorschotten kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst stelde de toeslag definitief vast op nihil en vorderde een bedrag van €18.187,- terug wegens onvoldoende betaling van de opvangkosten.
Appellant verzocht om herziening, stellende dat zij alle kosten had voldaan en slachtoffer was van een malafide gastouderbureau. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant niet kon aantonen dat zij het volledige bedrag had betaald en geen deugdelijke urenadministratie kon overleggen.
De Raad van State oordeelt dat appellant als ontvanger van toeslag verantwoordelijk is voor het bijhouden van een deugdelijke administratie en dat het ontbreken daarvan voor haar risico komt. De stelling dat de Belastingdienst het zorgvuldigheidsbeginsel heeft geschonden wordt verworpen. Ook het bezwaar tegen het afzien van het horen in bezwaar faalt.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.