ECLI:NL:RVS:2019:781
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing uitkering schadefonds geweldsmisdrijven wegens onvoldoende motivering
Appellant diende een aanvraag in voor een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven wegens mensenhandel en gedwongen prostitutie, waarbij zij ernstig geestelijk letsel had opgelopen. De Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) wees de aanvraag af wegens onvoldoende objectieve aanwijzingen dat het geweldsmisdrijf in Nederland had plaatsgevonden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat zij medische verklaringen van gespecialiseerde deskundigen had overgelegd die haar slachtofferschap aannemelijk maakten. Zij voerde aan dat zij financieel niet in staat was een onafhankelijk onderzoek te financieren en dat de CSG daarom nader onderzoek had moeten laten verrichten. De Afdeling oordeelde dat de CSG onvoldoende had gemotiveerd waarom de contra-indicaties zwaarder wogen dan de medische verklaringen van erkende deskundigen.
De Afdeling stelde vast dat trauma’s uit het buitenland niet uitsluiten dat appellant slachtoffer is van mensenhandel in Nederland en dat de verschillende verklaringen over haar komst naar Nederland niet tegenstrijdig zijn. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit van de CSG en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat de CSG een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd de CSG veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en voorbereiding.