ECLI:NL:RVS:2020:1462
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing uitkering Schadefonds Geweldmisdrijven
De zaak betreft een aanvraag van een uitkering uit het Schadefonds Geweldmisdrijven door een persoon die tussen 2007 en 2010 slachtoffer zou zijn geworden van mensenhandel en gedwongen prostitutie. De Commissie Schadefonds Geweldmisdrijven (CSG) wees de aanvraag in eerste instantie af wegens onvoldoende objectieve informatie over een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf.
Na bezwaar en beroep wijzigde de CSG haar standpunt naar aanleiding van een deskundigenbericht van een subcommissie, waarna de aanvrager haar beroep introk en de rechtbank verzocht de CSG te veroordelen in de proceskosten. De rechtbank oordeelde dat de CSG grotendeels over dezelfde informatie beschikte als de subcommissie en veroordeelde de CSG tot vergoeding van de proceskosten.
De CSG stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat zij over dezelfde informatie beschikte en dat het deskundigenbericht nieuwe informatie bevatte die zij niet kon meenemen in haar besluitvorming. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het deskundigenbericht en de nieuwe informatie als zodanig moeten worden aangemerkt en dat er geen sprake is van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a Awb. Daarom vernietigde de Raad van State de uitspraak van de rechtbank en wees de proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam vernietigd, waarbij de proceskostenveroordeling aan de CSG is afgewezen.