ECLI:NL:RVS:2019:989
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- E. Steendijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende bewijs medische noodzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 12 december 2017 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en weigerde uitstel van vertrek. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De kern van het geschil betrof de vraag of de vreemdeling voldoende bewijs had geleverd dat hij vanwege zijn medische toestand niet kon worden uitgezet zonder schending van artikel 3 EVRM Pro. De rechtbank had geoordeeld dat de overgelegde e-mail van een medische instelling in Nepal een begin van bewijs vormde.
De Raad van State overwoog dat het bewijs onvoldoende was, mede omdat onduidelijk was van welke functionaris de e-mail afkomstig was en niet bleek dat de vreemdeling niet elders in Nepal passende medische zorg kon krijgen. Gelet op het arrest Paposhvili van het EHRM geldt een hoge bewijsdrempel. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.