ECLI:NL:RVS:2020:1159
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- F.D. van Heijningen
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging handhavingsbesluit wegens ontbreken juiste grondslag en onduidelijkheid herstelmaatregelen
Appellant is eigenaar van een pand te Nijmegen waarop een omgevingsvergunning is verleend voor verbouwing naar twee wooneenheden. Het college constateerde in 2015 dat de verbouwing niet conform vergunning was uitgevoerd, met onder meer een illegale aanbouw en niet-conforme ventilatie en brandwerendheid.
Het college legde een last onder dwangsom op om de illegale situatie te herstellen. Appellant betwistte dit, onder meer omdat de herstelmaatregelen onduidelijk waren en de grondslag voor handhaving ontbrak. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt deze uitspraak en het besluit van het college.
De Afdeling oordeelt dat het college onvoldoende duidelijkheid gaf over de herstelmaatregelen, met name omtrent de lichtstraat en ventilatievoorzieningen, en dat het besluit geen juiste wettelijke grondslag bevatte. Ook is appellant niet aannemelijk gemaakt dat de bouw van de aanbouw voor 1 november 2014 was gestart, waardoor het beroep op overgangsrecht faalt.
Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht. Tegen het nieuwe besluit kan alleen beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt gegrond verklaard en het besluit van het college vernietigd wegens ontbreken juiste handhavingsgrondslag.