ECLI:NL:RVS:2020:1200
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vaststelling overschrijding redelijke termijn en in stand laten rechtsgevolgen uitzettingsbesluit
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees een aanvraag van een vreemdeling om uitzetting te voorkomen af. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende beoordeling van het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij uitzetting. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de bezwaarprocedure de redelijke termijn overschreed, maar dat een deel van de vertraging aan de vreemdeling zelf toe te rekenen was. Hierdoor werd een overschrijding van zestien dagen vastgesteld, waarvoor een vergoeding van €500 werd toegekend.
De staatssecretaris erkende dat het arrest C.K. van het Hof van Justitie van de EU van toepassing is en dat de beoordeling van reisvereisten adequaat was uitgevoerd door het Bureau Medische Advisering. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit niet in stand had gelaten, omdat de staatssecretaris voldoende maatregelen had getroffen om schending van artikel 3 EVRM Pro te voorkomen.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze naliet een vergoeding toe te kennen en de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit niet in stand hield. De rechtsgevolgen van het besluit blijven derhalve gelden. De staatssecretaris werd veroordeeld tot betaling van een vergoeding voor immateriële schade en proceskosten aan de vreemdeling.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van een vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn en het vernietigde besluit blijft in stand.