ECLI:NL:RVS:2020:1461
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens frauduleuze documenten en onvoldoende bewijs identiteit
Appellante verzocht om naturalisatie en medenaturalisatie van haar minderjarige kinderen, maar de staatssecretaris wees dit af omdat de identiteit en nationaliteit niet konden worden vastgesteld met de overgelegde documenten. Bureau Documenten van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (TOED) concludeerde dat het paspoort van 2013 frauduleus was verkregen, gebaseerd op eerdere bevindingen dat de onderliggende identiteitskaart niet door bevoegde autoriteiten was afgegeven.
Appellante voerde aan dat er een schaduwkaart bestond en dat de Burundese ambassade onderzoek had gedaan, maar deze betogen werden verworpen omdat TOED had toegelicht dat schaduwkaarten niets zeggen over echtheid en appellante dit niet had onderbouwd. Ook stelde zij dat de staatssecretaris inconsistent was in de bewijswaardering, wat niet werd gevolgd.
De Raad van State overwoog dat het aan de verzoeker is om identiteit en nationaliteit aan te tonen en aan de staatssecretaris om te beoordelen of dit met de stukken is gelukt. De verklaringen van TOED zijn zorgvuldig en de staatssecretaris hoefde niet verder onderzoek te doen. Nieuwe documenten overgelegd in hoger beroep werden niet betrokken omdat zij niet in de bestuurlijke fase waren ingediend.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd wegens onvoldoende bewijs van identiteit en nationaliteit.