ECLI:NL:RVS:2020:1484
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke last tot verwijderen vierde woonwagen op perceel in strijd met bestemmingsplan bevestigd
Het college van burgemeester en wethouders van West Betuwe legde appellant een last onder dwangsom op om een vierde caravan van een perceel met een kleinschalige woonwagenlocatie te verwijderen, omdat dit in strijd is met het bestemmingsplan dat maximaal drie wooneenheden toestaat. Appellant voerde aan dat zij sinds 2015 in de caravan woont en dat zij op overgangsrecht kon beroepen, maar de Raad van State oordeelde dat appellant dit niet aannemelijk heeft gemaakt en dat de caravan niet zichtbaar was op luchtfoto’s uit 2017 en 2018.
Appellant stelde dat de last inbreuk maakt op haar recht op respect voor haar woning en privéleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro, mede vanwege haar identiteit als woonwagenbewoonster. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de last gerechtvaardigd is in het belang van de openbare veiligheid, mede vanwege brandveiligheid, en dat het college een evenwichtige belangenafweging heeft gemaakt. De last verbiedt appellant niet om op het perceel te wonen, maar alleen de caravan te verwijderen.
Verder voerde appellant aan dat handhaving in deze situatie onevenredig is en dat de begunstigingstermijn te kort is. De Raad van State oordeelde dat geen bijzondere omstandigheden zijn die handhaving in de weg staan en dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat de caravan niet binnen de termijn kan worden verwijderd. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de last tot verwijdering van de vierde caravan is bevestigd.