ECLI:NL:RVS:2020:1506
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen afwijzing handhaving granuliettoepassing in Over de Maas
De gemeente West Maas en Waal verzocht de minister en staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat om handhavend op te treden tegen het gebruik van granuliet in het natuurontwikkelingsproject Over de Maas, vanwege vermoedelijke overtredingen van het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). De minister en staatssecretaris wezen dit verzoek af, waarna de gemeente een voorlopige voorziening vroeg bij de Raad van State.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de gemeente belanghebbende is bij het verzoek omdat zij eigenaar wordt van het gebied en de ruimtelijke ordening in het geding is. De kern van het geschil betrof de kwalificatie van granuliet als grond of bouwstof volgens het Bbk en de rechtsgeldigheid van het productcertificaat. Uit diverse onderzoeken en memo's bleek dat granuliet voldoet aan de definitie van grond, en het productcertificaat was niet onrechtmatig afgegeven.
Daarnaast werden zorgen over de milieuhygiënische kwaliteit van granuliet, met name het mogelijke vrijkomen van acrylamide, door de rechter niet bevestigd. De onderzoeken toonden aan dat de concentraties ruim onder schadelijke niveaus liggen. Gezien het ontbreken van voldoende aanwijzingen voor overtredingen en het financiële belang van Over de Maas bij voortzetting, wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van handhaving tegen het gebruik van granuliet in Over de Maas wordt afgewezen.