ECLI:NL:RVS:2020:1612
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- A.W.M. Bijloos
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering vestigingsalternatief
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 1 februari 2019 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd opnieuw af. De vreemdeling, een soennitische moslim uit Mosul, stelde beroep in tegen deze afwijzing. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen met inachtneming van de overwegingen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en voerde aan dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het motiveren van Bagdad als vestigingsalternatief ondeugdelijk was. De staatssecretaris verwees naar eerdere uitspraken waarin Bagdad als vestigingsalternatief werd aanvaard. Echter, de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende gemotiveerd had gereageerd op recente rapporten van de UNHCR en EASO die relevant zijn voor de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. De staatssecretaris dient een nieuw besluit te nemen op basis van actuele informatie over het vestigingsalternatief Bagdad.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.