ECLI:NL:RVS:2019:3419
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over bestuurlijke boetes wegens illegale omzetting woonruimte
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan appellanten [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] bestuurlijke boetes op van €6.000 per overtreding wegens het zonder vergunning omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten. De rechtbank Amsterdam matigde het totaalbedrag van €12.000 naar €8.000 en verklaarde het beroep gegrond.
Het college en appellanten stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had vastgesteld dat sprake was van één besluit op bezwaar, waarbij twee boetes van €6.000 waren opgelegd. Het college had niet ondubbelzinnig aangetoond dat vier afzonderlijke boetes waren opgelegd.
De Afdeling verwierp de matigingsgrond van de rechtbank, omdat de omstandigheden zoals de promotie van de woningen voor jongeren en studenten en het ontbreken van overlast geen bijzondere omstandigheden vormden. Ook het beroep van appellanten op artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht faalde.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van het college gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. Het college kan de boetes van €6.000 per overtreding invorderen. Tevens werd het college gelast het betaalde griffierecht aan appellanten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de boetes wordt ongegrond verklaard en het college kan de boetes van €6.000 per overtreding invorderen.