ECLI:NL:RVS:2020:1944
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- H. Troostwijk
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van te laat ingesteld beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 8 mei 2017 een aanvraag van een Afghaanse vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde buiten de wettelijke termijn van vier weken beroep in bij de rechtbank. De rechtbank oordeelde echter dat er bijzondere omstandigheden waren die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen, mede op basis van een medisch rapport van het instituut voor Mensenrechten en Medisch Onderzoek (iMMO), en verklaarde het beroep ontvankelijk en gegrond.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat het enkel aanvragen van een iMMO-rapport geen bijzondere feiten en omstandigheden oplevert die de termijnoverschrijding rechtvaardigen. Ook de inhoud van het rapport leidde niet onmiskenbaar tot de conclusie dat bij uitzetting het verbod op onmenselijke behandeling (artikel 3 EVRM Pro) zou worden geschonden.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder geldige reden. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder bijzondere omstandigheden.