ECLI:NL:RVS:2020:205
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- F.D. van Heijningen
- R.W.L. Koopmans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning wegens onduidelijkheid over inrichting en geluidhinder
Het college van burgemeester en wethouders van Schiedam verleende op 23 december 2016 een omgevingsvergunning aan een bedrijf voor het veranderen en in werking hebben van een inrichting aan een locatie te Schiedam. Appellanten, wonende nabij de inrichting, stelden beroep in tegen deze vergunning vanwege onder meer geluid- en lichthinder veroorzaakt door activiteiten op aan de kade afgemeerde schepen.
De rechtbank Rotterdam vernietigde het besluit wegens een motiveringsgebrek met betrekking tot de geluidhinder van de hotelfunctie van de schepen, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het college onvoldoende duidelijkheid heeft verschaft over de omvang van de inrichting, omdat de aanvraag tegenstrijdige informatie bevatte over of de afgemeerde schepen onderdeel van de inrichting zijn.
De Afdeling stelt dat deze onduidelijkheid de zorgvuldige beoordeling van milieugevolgen belemmert en dat het college het bedrijf alsnog de gelegenheid moet geven de aanvraag aan te vullen. Het eerdere herstelbesluit herstelt dit gebrek niet. De eerdere uitspraken van de rechtbank worden vernietigd en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen waartegen alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van 23 december 2016 wordt vernietigd wegens onduidelijkheid over de inrichting en onvoldoende motivering.