Uitspraak
Datum uitspraak: 4 maart 2020
AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter griffier
Raad van State
De raad van de gemeente Aalten stelde op 19 april 2016 het bestemmingsplan Landelijk gebied 2015 vast, dat grotendeels conserverend van aard was en betrekking had op het buitengebied van de gemeente. Na een uitspraak van de voorzieningenrechter werd het plan op 21 maart 2017 opnieuw vastgesteld met een regeling die een plafond wilde stellen aan de stikstofdepositie van veehouderijen nabij Natura 2000-gebieden.
Diverse appellanten, waaronder bewoners, Stichting Natuur en Milieu Aalten (SNMA) en Coöperatie Mobilisation for the Environment (MOB), stelden beroep in tegen het plan. Zij voerden onder meer aan dat de stikstofregeling onvoldoende was en dat het plan niet voldeed aan de vereisten van de Wet natuurbescherming (Wnb). Ook werden bezwaren geuit tegen de aanwezigheid van een motorclubhuis en tegen de wijze van besluitvorming waarbij een raadslid met persoonlijk belang betrokken was.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de stikstofregeling in het plan niet voldeed aan de wettelijke eisen, onder meer omdat de regeling niet aansloot bij het werkelijk gebruikte aantal dieren en het peilmoment onjuist was gekozen. Ook was onvoldoende rekening gehouden met de stikstofdepositie door beweiding en bemesting. Daarnaast was het besluit over het motorclubhuis niet zorgvuldig voorbereid. De beroepen van SNMA en MOB werden gegrond verklaard, en delen van het bestemmingsplan werden vernietigd. De raad werd opgedragen binnen 30 weken een nieuw besluit te nemen, met een voorlopige voorziening die uitbreiding van veehouderijen beperkt tot het bestaande niveau.
Uitkomst: Het bestemmingsplan Landelijk gebied 2015 is gedeeltelijk vernietigd wegens strijd met de Wet natuurbescherming en onzorgvuldige besluitvorming, met een opdracht aan de raad om binnen 30 weken een nieuw besluit te nemen.