ECLI:NL:RBDHA:2024:12481
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens wekelijkse rusttijd doorgebracht in cabine bevestigd met matiging
Eiseres werd een bestuurlijke boete van €1.500 opgelegd omdat een werknemer zijn wekelijkse rusttijd in de cabine van het voertuig doorbracht, wat volgens de Arbeidstijdenwet en Verordening (EG) nr. 561/2006 verboden is.
Eiseres voerde aan dat de werknemer niet als overtreder kon worden aangemerkt, dat de cautie niet was gegeven en dat de boete niet evenredig was. De rechtbank oordeelde dat de cautie niet vereist was omdat de werknemer geen bestuurder was en de verklaring niet onder dwang was afgelegd. De tachograafgegevens zijn zakelijk en mochten als bewijs dienen.
De rechtbank stelde vast dat eiseres onvoldoende had aangetoond dat zij de nodige maatregelen had genomen om de werknemer te beletten de rusttijd in de cabine door te brengen. De boete was terecht opgelegd, maar vanwege een overschrijding van de redelijke termijn met zeven maanden matigde de rechtbank de boete met 10% tot €1.170.
De rechtbank veroordeelde verweerder tevens tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres en vernietigde het bestreden besluit voor wat betreft de hoogte van de boete.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt gematigd tot €1.170 vanwege overschrijding van de redelijke termijn, waarbij de overtreding wordt bevestigd.