ECLI:NL:RVS:2020:2275
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- F.D. van Heijningen
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Nederlands paspoort wegens betalingsachterstand ondanks beroep appellant
Appellant heeft een aanvraag voor een Nederlands paspoort ingediend, die door de minister van Buitenlandse Zaken is geweigerd op grond van een betalingsachterstand bij de Belastingdienst. Zijn persoonsgegevens waren opgenomen in het Register Paspoortsignalering, wat leidde tot de weigering. Appellant betoogde dat hij niet belastingplichtig was en dat de signalering onterecht was, waardoor de weigering onrechtmatig zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht had gehandeld en dat de signalering niet evident onjuist was, mede omdat de minister zijn vergewisplicht had vervuld door informatie in te winnen bij de Belastingdienst. De Raad van State bevestigt dit oordeel en stelt dat de minister niet hoeft te beoordelen of de belastingaanslagen terecht zijn, maar slechts of de signalering evident onjuist is.
Verder is geoordeeld dat de weigering van het paspoort, hoewel een inbreuk op het recht op vrijheid van verkeer en privéleven, gerechtvaardigd is vanwege het belang van de samenleving bij het innen van belastingen. Appellant wordt niet onevenredig benadeeld, mede omdat hij binnen de EU kan reizen met een Nederlandse identiteitskaart. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van het Nederlands paspoort aan appellant wegens een niet-evident onjuiste paspoortsignalering en oordeelt dat er geen sprake is van onevenredige benadeling.