ECLI:NL:RVS:2020:2315
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit minister inzake wissing persoonsgegevens in kader integrale aanpak malafide hondenhandel
In deze zaak gaat het om het verzoek van appellante om verwijdering van haar persoonsgegevens uit een pre-weegdocument en een draaiboek dat is opgesteld in het kader van de integrale aanpak van malafide hondenhandel. De minister wees dit verzoek af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, onder verwijzing naar artikel 17, derde lid, van de AVG dat een uitzondering op het recht op wissing maakt indien verwerking nodig is voor de onderbouwing van een rechtsvordering.
Appellante stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de minister onvoldoende heeft toegelicht dat de verdere verwerking van persoonsgegevens in het kader van de civiele schadeprocedure en de bestuursrechtelijke procedure verenigbaar is met het oorspronkelijke doel waarvoor de gegevens werden verzameld. De enkele omstandigheid dat een civiele procedure loopt, maakt de verdere verwerking niet automatisch verenigbaar.
De Afdeling vernietigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank voor zover het beroep van appellante ongegrond werd verklaard. Tevens bepaalt de Afdeling dat tegen het nieuwe besluit van de minister alleen beroep kan worden ingesteld door appellante. De minister wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de minister wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de rechtmatigheid van verdere verwerking van persoonsgegevens.