ECLI:NL:RVS:2020:244
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake vreemdelingenbewaring en toekenning schadevergoeding
De vreemdeling werd op 27 maart 2019 in vreemdelingenbewaring gesteld na afwijzing van zijn derde asielaanvraag en buiten behandeling stelling van een vierde aanvraag. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank het arrest Gnandi van het Hof van Justitie EU verkeerd heeft geïnterpreteerd. Volgens dit arrest worden de rechtsgevolgen van een terugkeerbesluit geschorst gedurende de beroepstermijn indien het beroep schorsende werking heeft. In deze zaak gold de hoofdregel dat beroep geen schorsende werking heeft, maar de vreemdeling had een verzoek om voorlopige voorziening ingediend waardoor de rechtsgevolgen van het terugkeerbesluit vanaf 22 maart 2019 geschorst waren.
De bewaring op 27 maart 2019 was daarom onrechtmatig. De Afdeling vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond en kent aan de vreemdeling een schadevergoeding toe van €4.400 over de periode van bewaring. Tevens worden de proceskosten van €1.575 vergoed. De bewaring was inmiddels opgeheven, zodat een bevel tot opheffing niet nodig was.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond en kent een schadevergoeding toe wegens onrechtmatige vreemdelingenbewaring.