ECLI:NL:RVS:2020:2469
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- G.M.H. Hoogvliet
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit Wet arbeid vreemdelingen wegens onvoldoende bewijs
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan [appellante] een boete van €27.000 op wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De boete betrof onder meer het inzetten van vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning op een vrachtwagentrekker met Nederlands kenteken.
De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State. Deze stelde vast dat de staatssecretaris onvoldoende bewijs had geleverd dat de vreemdelingen gerechtigd waren om in een andere lidstaat te werken, waardoor het voordeel van de twijfel aan [appellante] moest worden gegeven.
De Raad vernietigde het besluit en beperkte de boete tot €11.000 voor andere overtredingen van de Wav. Tevens werden proceskosten en griffierechten aan [appellante] toegekend. Hiermee werd het beroep gegrond verklaard en het eerdere besluit herroepen.
Uitkomst: Boete wegens overtreding artikel 2 Wav vervalt wegens onvoldoende bewijs; overige boetes blijven in stand.