ECLI:NL:RVS:2020:2202
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- A. ten Veen
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens arbeidsongeval met licht blijvend letsel
Op 22 juni 2016 vond bij [appellante sub 2] een arbeidsongeval plaats waarbij een werknemer blijvend letsel opliep door contact met een draaiend beitelblok. De minister legde een boete op van €10.800,-, later gematigd tot €8.100,-. De rechtbank matigde de boete verder tot €4.050,- wegens onvoldoende inventarisatie van risico's, het ontbreken van een veilige werkwijze, inadequate instructies en toezicht.
Zowel de minister als [appellante sub 2] gingen in hoger beroep. De minister betoogde dat de boete te laag was vanwege de ernst van het letsel, terwijl [appellante sub 2] stelde dat de risico-inventarisatie en veilige werkwijze wel op orde waren en dat de rechtbank ten onrechte onvoldoende rekening hield met verklaringen van betrokkenen.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank terecht had vastgesteld dat de risico's onvoldoende waren geïnventariseerd en dat er geen veilige werkwijze bestond, mede omdat afstelwerkzaamheden aan draaiende machines plaatsvonden. Ook was er geen adequaat toezicht en geen sanctiebeleid om naleving te stimuleren. De Afdeling vond de boete passend en wees het nieuwe beleid van de minister buiten beschouwing omdat dit ongunstiger zou uitpakken.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten. De boete van €4.050,- werd als evenredig beschouwd gezien het licht blijvende letsel en de omstandigheden van het ongeval.
Uitkomst: De boete van €4.050,- wegens overtreding van de Arbowet en het Arbobesluit wordt bevestigd.