ECLI:NL:RVS:2020:2642
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake verzoek rectificatie dekenstandpunt advocaat
Appellant diende een tuchtklacht in tegen zijn voormalige advocaat en verzocht de deken om rectificatie van het dekenstandpunt, omdat volgens hem een relevante beoordeling ontbrak. De deken wees dit verzoek af, stellende dat het geen persoonsgegeven betrof en dat rectificatie op grond van artikel 16 AVG Pro niet aan de orde was.
De rechtbank oordeelde dat het besluit van de deken een motiveringsgebrek vertoonde en vernietigde het bezwaarbesluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. De deken stelde vervolgens incidenteel hoger beroep in, waarbij appellant ook hoger beroep instelde tegen de uitspraak van de rechtbank.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het verzoek van appellant neerkwam op een inhoudelijke wijziging van het dekenstandpunt en niet op een rectificatie van persoonsgegevens zoals bedoeld in de AVG. De rechtbank had dit onjuist beoordeeld, waardoor de uitspraak werd vernietigd. Het hoger beroep van appellant werd niet-ontvankelijk verklaard, terwijl het hoger beroep van de deken gegrond werd verklaard en het beroep van appellant bij de rechtbank ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep bij de rechtbank ongegrond verklaard.