ECLI:NL:RVS:2020:289
Raad van State
- Hoger beroep
- E.A. Minderhoud
- F.D. van Heijningen
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor realisatie windpark Egchelse Heide ondanks bezwaren omwonenden
Het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas verleende op 5 maart 2018 een omgevingsvergunning voor de bouw van vijf windturbines in het buitengebied van Egchel-Panningen-Beringe. Diverse omwonenden en belanghebbenden stelden beroep in tegen deze vergunning vanwege mogelijke nadelige gevolgen voor woon- en leefklimaat, bedrijfsvoering en landschap.
De rechtbank Limburg verklaarde deze beroepen ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak op 8 november 2019 behandeld en op 29 januari 2020 uitspraak gedaan. De Afdeling bevestigt het oordeel van de rechtbank dat het college de vergunning terecht heeft verleend.
De Afdeling oordeelt dat het college zorgvuldig heeft gehandeld bij de voorbereiding, dat het ontbreken van draagvlak geen reden is om de vergunning te weigeren, en dat de geluidnormen uit het Activiteitenbesluit voldoende bescherming bieden tegen geluidhinder, inclusief laagfrequent geluid. Ook de cumulatie van geluid met het nabijgelegen windpark Neer leidt niet tot onaanvaardbare overlast. De voorziene stilstandvoorziening voldoet aan de norm voor slagschaduw, ook in cumulatie met windpark Neer.
Verder is geen milieueffectrapport vereist en is de landschappelijke inpassing acceptabel, ondanks afwijkingen van het Landschapsadvies. De Afdeling wijst de overige beroepsgronden af en bevestigt de vergunning zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De omgevingsvergunning voor het windpark Egchelse Heide wordt bevestigd, de beroepen van omwonenden worden ongegrond verklaard.