ECLI:NL:RVS:2020:2931
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J.Th. Drop
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning waterkrachtcentrale Linne wegens strijd met Waterwet en milieuregelgeving
De minister van Infrastructuur en Waterstaat verleende aan RWE Generation vergunningen voor het onttrekken en terugbrengen van water in de Maas via de waterkrachtcentrale (wkc) te Linne. RWE Generation stelde in hoger beroep dat eerdere vergunningen en een beheersovereenkomst onder overgangsrecht vallen, waardoor nieuwe vergunningen niet nodig zouden zijn. Dit werd verworpen omdat de oude vergunningen geen grondslag boden voor wateronttrekking.
De vergunningen bevatten voorschriften met experimentele visbeschermende maatregelen en zijn tijdelijk verleend vanwege een cumulatieve vissterfte van meer dan 10% voor zalm en schieraal, de zogenoemde 10%-norm. De Raad oordeelde dat deze norm niet krachtens de Wet milieubeheer bij algemene maatregel van bestuur is vastgesteld en daarom niet aan RWE Generation kan worden tegengeworpen.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de vergunningen van 22 februari 2018, 22 oktober 2018 en 17 juni 2019 wegens strijd met artikel 2.10 van de Waterwet en de toepasselijke milieuregelgeving. De minister moet nieuwe besluiten nemen, waartegen alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is. Tevens is de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan RWE Generation.
Uitkomst: De vergunningen voor de waterkrachtcentrale Linne worden vernietigd wegens strijd met de Waterwet en milieuregelgeving.