ECLI:NL:RVS:2020:2937
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over bezwaar tegen last onder bestuursdwang voor herstel woningscheidingswand
In deze zaak gaat het om een last onder bestuursdwang opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan woningbouwvereniging de Alliantie voor het herstel van een woningscheidingswand in een pand te Amsterdam. Appellant, huurder van het pand, maakte bezwaar tegen het besluit, maar dit werd door het college niet-ontvankelijk verklaard en later ongegrond bevonden.
Appellant stelde dat het college het bezwaar onterecht niet-ontvankelijk had verklaard en dat er sprake was van nieuwe feiten en veranderde omstandigheden die een heroverweging van het besluit rechtvaardigen. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard, vernietigde dat besluit, maar verklaarde het bezwaar inhoudelijk ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat het college niet het volledige bezwaarschrift had betrokken en dat er nieuwe feiten waren, onder meer gebaseerd op een brief van het stadsdeel Zuid. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het niet aannemelijk is dat het volledige bezwaarschrift tijdig was ingediend bij het college en dat de brief van 2016 geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormt in de zin van de Awb.
Verder verwierp de Afdeling de stellingen dat het besluit in strijd zou zijn met het EVRM en IVBPR, omdat de bezwaarprocedure geen gerechtelijke procedure is en dus niet onder artikel 6 EVRM Pro valt. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en uitspraak rechtbank bevestigd.