ECLI:NL:RVS:2023:4854
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over heroverweging en aanschrijvingen woningscheidingswand Amsterdam
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam over het verzoek tot heroverweging van besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam uit 2013 en 2014. Deze besluiten betreffen vooraanschrijving en spoedaanschrijving aan woningbouwvereniging De Alliantie voor het herstel van een woningscheidingswand aan het adres van appellant.
Appellant voerde aan dat de aanschrijvingen niet geregistreerd waren en mogelijk vervalst, en dat er sprake was van nieuwe feiten en veranderde omstandigheden die een heroverweging rechtvaardigden. De rechtbank had het bezwaar tegen het besluit van het college om het verzoek tot heroverweging af te wijzen, ongegrond verklaard en het beroep van appellant afgewezen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het niet-registreren van de aanschrijvingen in het Wkpb-register niet betekent dat deze vervalst zijn. De brief van de gemeente Amsterdam uit 2020 vormt geen nieuw feit of veranderde omstandigheid in de zin van de Awb. Ook is geen schending van artikel 6 en Pro 13 EVRM vastgesteld, aangezien appellant zijn standpunten kon voorleggen en het proces openbaar en eerlijk was.
Het verzoek tot schadevergoeding wegens materiële en immateriële schade wordt afgewezen omdat appellant dit niet voldoende heeft onderbouwd. De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.