ECLI:NL:RBDHA:2024:23057
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering naturalisatie op grond van gevaar voor openbare orde
Eiser, van Syrische nationaliteit, verzocht om naturalisatie, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen vanwege ernstige vermoedens dat eiser een gevaar vormt voor de openbare orde. Dit was gebaseerd op een strafrechtelijke veroordeling voor het handelen in strijd met artikel 141 Sr Pro. Eiser stelde dat artikel 6 EVRM Pro was geschonden omdat hij tijdens de bezwaarprocedure nog niet onherroepelijk was veroordeeld, en voerde aan dat onvoldoende rekening was gehouden met persoonlijke omstandigheden en het gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat de bezwaarprocedure geen gerechtelijke procedure is in de zin van artikel 6 EVRM Pro en dat de onschuldpresumptie niet werd geschonden. Tevens is volgens vaste rechtspraak het bestuursorgaan niet gehouden de strafrechtelijke omstandigheden opnieuw te beoordelen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de vergelijkbare zaak wezenlijk verschilde qua feiten en omstandigheden.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht het beleid uit de Handleiding heeft gevolgd en dat geen bijzondere omstandigheden waren die een afwijking rechtvaardigen. Het beroep werd ongegrond verklaard, de afwijzing van het naturalisatieverzoek bleef in stand en eiser kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.