ECLI:NL:RVS:2020:3071
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- G.M.H. Hoogvliet
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Weigering vaststelling bestemmingsplan industriezandwinning IJsselmeer door gemeente De Fryske Marren
Smals wilde industriezand winnen uit het IJsselmeer nabij Lemmer en vroeg de gemeente De Fryske Marren om een bestemmingsplan vast te stellen voor de aanleg van een kunstmatig werkeiland en bijbehorende installaties. De gemeente besloot op 13 februari 2019 en opnieuw op 1 april 2019 het bestemmingsplan niet vast te stellen, met motivering over negatieve effecten op het Natura 2000-gebied, het landschap, geluid, duisternis en waterveiligheid.
Smals stelde beroep in tegen het besluit, maar trok haar beroep tegen het eerste besluit in. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het beroep tegen het besluit van 1 april 2019. De gemeente stelde dat het plan berustte op het PAS, dat volgens eerdere jurisprudentie niet verenigbaar is met de Habitatrichtlijn, en dat het plan daarom niet planologisch mogelijk is. Smals betwistte dit en voerde aan dat het belang bij beoordeling van de rechtmatigheid bleef bestaan.
De Afdeling oordeelde dat de motivering van de gemeente voldoende was en dat negatieve effecten op het Natura 2000-gebied en het landschap een redelijke grond voor weigering vormden. Politieke motieven en draagvlak waren niet doorslaggevend. Ook het belang van Smals bij de overeenkomst met de gemeente kon de weigering niet ongedaan maken. Nadere stukken over stikstofdepositie werden niet inhoudelijk beoordeeld. Het beroep werd ongegrond verklaard.
De gemeente werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan Smals.
Uitkomst: Het beroep van Smals tegen de weigering van het bestemmingsplan voor industriezandwinning in het IJsselmeer is ongegrond verklaard.