ECLI:NL:RVS:2020:538
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- H. Troostwijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardigheid bekering en tatoeage
De staatssecretaris heeft op 21 november 2019 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank onterecht de beroepsgronden over de ongeloofwaardigheid van de afvalligheid en bekering niet heeft betrokken in haar oordeel, wat strijdig is met artikel 8:69 van Pro de Awb. Tevens heeft de rechtbank ten onrechte geen inhoudelijk oordeel gegeven over de beroepsgrond betreffende de tatoeage van een kruis op de buik van de vreemdeling, terwijl dit relevant is voor het asielrelaas en het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor een nieuwe beoordeling waarbij de beroepsgronden over geloofsafval, bekering en tatoeage betrokken moeten worden. De staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €525,00.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor herbeoordeling van de beroepsgronden over geloofsafval, bekering en tatoeage.