Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 24 april 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond. Daarnaast heeft verweerder eiser geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw 2000 in samenhang met artikel 3.6ba, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000). Aan eiser is ook geen uitstel van vertrek verleend op grond van artikel 64 van Pro de Vw 2000 in samenhang met artikel 6.1e van het Vb 2000.
Overwegingen
- eiser is bekeerd tot het christendom en heeft christelijke tatoeages;
- eiser is gedeserteerd uit het leger.
“de rechtbank [in de uitspraak van 23 april 2018] ten onrechte heeft overwogen dat verweerder voldoende kenbaar en inzichtelijk heeft gemotiveerd dat appellant geen aannemelijke en overtuigend verklaringen heeft afgelegd met betrekking tot zijn proces tot bekering en zijn motieven om zich te bekeren”. De Afdeling heeft over deze grief geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak kan leiden. De rechtbank concludeert dan ook dat verweerder het eerdere besluit van 1 juni 2017 en de uitspraak van de rechtbank Den Bosch, voor zover deze betrekking hebben op de ongeloofwaardigheid van eisers bekering, als uitgangspunt mede aan het bestreden besluit ten grondslag heeft kunnen leggen.
All returning failed asylum seekers are subject to questioning on arrival, and this
a) Previous adverse contact with the Iranian security services;
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;