ECLI:NL:RVS:2020:669
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing handhavingsverzoek bodemverontreiniging voormalige stortplaats De Belt
Het college van gedeputeerde staten van Gelderland wees het verzoek van omwonenden en eigenaren om handhavend op te treden tegen handelingen op de voormalige stortplaats De Belt af. De stortplaats is gebruikt van 1929 tot 1988 en afgedekt in 1993. In 2017 werd een vergunning verleend voor het plaatsen van een uitkijktoren, waarbij de fundering mogelijk de afdeklaag beschadigde.
De verzoekers stelden dat hierdoor verontreinigd water en zand naar buiten traden, wat een nieuw geval van bodemverontreiniging zou zijn waarvoor de zorgplicht van artikel 13 van Pro de Wet bodembescherming (Wbb) geldt. Het college stelde dat het om een historische verontreiniging gaat, ontstaan vóór 1987, en dat artikel 13 Wbb Pro niet van toepassing is.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dat verspreiding van een historische bodemverontreiniging door handelingen die op zichzelf geen verontreiniging veroorzaken, geen nieuw geval van verontreiniging oplevert. De zorgplicht uit artikel 13 Wbb Pro geldt alleen voor handelingen die zelf een verontreiniging of aantasting kunnen veroorzaken. Ook autonome verspreiding, bijvoorbeeld door wilde zwijnen, valt hier niet onder.
Verder oordeelde de Afdeling dat het college terecht geen proceskostenvergoeding toekende omdat het primaire besluit niet werd herroepen en de belanghebbenden correct waren vastgesteld. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het afwijzen van het handhavingsverzoek is ongegrond verklaard.