ECLI:NL:RVS:2021:895
Raad van State
- Hoger beroep
- S.F.M. Wortmann
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing omgevingsvergunning voor uitkijktoren op voormalige vuilstortplaats De Belt
Het college van burgemeester en wethouders van Ede verleende op 1 december 2017 een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een uitkijktoren op de voormalige vuilstortplaats De Belt. Na bezwaar en beroep werd deze vergunning deels herroepen en het verzoek om handhavend optreden afgewezen. Het hoger beroep van appellant richtte zich tegen deze besluiten en tegen een nieuw besluit van 14 oktober 2020 waarbij een nieuwe vergunning werd verleend en de eerdere vergunning werd ingetrokken.
Appellant vreesde vervuiling van zijn percelen door beschadiging van de afdeklaag en stelde dat het college onterecht geen handhavend optrad. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college terecht geen handhaving toepaste op grond van artikel 7.22 van het Bouwbesluit 2012, mede omdat er geen verband was tussen de fundering en lekkage van percolaat. Ook was er geen evident privaatrechtelijke belemmering voor de vergunningverlening.
Verder werd geoordeeld dat de ruimtelijke onderbouwing voldoende was en dat de vermeende toename van recreatiedruk en milieugevolgen niet aannemelijk was gemaakt. Het hoger beroep was daarom niet-ontvankelijk voor zover het betrekking had op het eerdere besluit en ongegrond voor het overige, waaronder het besluit van 14 oktober 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep is deels niet-ontvankelijk en voor het overige ongegrond verklaard; de vergunningverlening en handhaving zijn bevestigd.