ECLI:NL:RVS:2020:67
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en vernietiging van verlenging tijdelijk huisverbod wegens huiselijk geweld
De burgemeester van Den Haag legde op 9 mei 2019 een tijdelijk huisverbod op aan appellant vanwege een ernstig en onmiddellijk gevaar voor zijn vrouw en zoon, na een incident van huiselijk geweld. De rechtbank verklaarde dit huisverbod rechtmatig. Vervolgens verlengde de burgemeester het huisverbod op 17 mei 2019 met achttien dagen, wat de rechtbank eveneens rechtmatig achtte.
Appellant stelde in hoger beroep dat het eerste huisverbod onterecht was en dat de verlenging onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd was, onder meer omdat het verlengingsbesluit werd genomen vóór het geplande gesprek met hulpverlening en familie. De Raad oordeelde dat het eerste huisverbod terecht was opgelegd vanwege het ernstige gevaar en de dreiging van huiselijk geweld.
De Raad stelde echter vast dat de burgemeester het besluit tot verlenging nam zonder het geplande gesprek af te wachten, waardoor het besluit niet zorgvuldig was voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. Daarom werd de verlenging vernietigd. Desondanks bleven de rechtsgevolgen van de verlenging in stand, omdat het gesprek later uitmondde in spanningen en geen veiligheidsafspraken mogelijk waren.
De Raad veroordeelde de burgemeester tot vergoeding van de proceskosten aan appellant. Hiermee werd het hoger beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en het besluit tot verlenging vernietigd, terwijl het oorspronkelijke huisverbod werd bevestigd.
Uitkomst: Het eerste huisverbod wordt bevestigd, de verlenging wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen van de verlenging blijven in stand.