ECLI:NL:RVS:2020:89
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake terugwerkende vervallenverklaring tenaamstelling voertuig
De zaak betreft het hoger beroep van de RDW tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin de rechtbank de RDW had bevolen de tenaamstelling van een voertuig met terugwerkende kracht tot 19 maart 1999 te laten vervallen. De eigenaar had het voertuig in 1999 naar Marokko meegenomen en daar geregistreerd, maar had de RDW niet geïnformeerd, waardoor de tenaamstelling in Nederland bleef staan. De RDW weigerde aanvankelijk de vervallenverklaring met terugwerkende kracht toe te passen.
De rechtbank oordeelde dat de RDW geen redelijk standpunt innam door terugwerkende kracht te weigeren en stelde dat de tenaamstelling vanaf 19 maart 1999 vervallen moest worden verklaard. De RDW stelde in hoger beroep dat de eigenaar deel had aan de tenaamstelling omdat hij het voertuig zelf op zijn naam had gesteld en niet aan zijn meldplicht had voldaan.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het beleid van de RDW om in beginsel geen terugwerkende kracht te verlenen niet onredelijk is en dat het belang van het goed functioneren van het kentekenregister zwaarder weegt dan het belang van de eigenaar bij correctie met terugwerkende kracht. De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de eigenaar ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van de RDW wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.